Hoofdstuk 3: Vormkeuzen

Dit hoofdstuk behandelt acht vormkwesties waarvan de praktijk heeft bewezen dat ze problematisch zijn.

Achtereenvolgens wordt ingegaan op:

Het terugwijzen naar personen:
- iemand waarmee / iemand met wie (?)
Het gebruik van ‘hen’ en ‘hun’:
- aan hen / hun (?)
Het geslacht van zaaknamen:
- het bestuur en zijn / haar leden (?)
Vergelijkingen en het persoonlijk voornaamwoord:
- beter dan hij / hem (?)
Het gebruik van ‘dat’ en ‘wat’:
- iets dat / wat (?)
De keuze voor ‘wiens’, ‘wier’, ‘welks’ of ‘welker’:
- de vrouw wiens / wier man overspelig is (?)
Het gebruik van de buigings-e:
- heel / hele goede ideeën (?)
De keuze tussen ‘als’ en ‘dan’:
- anders als / dan (?)

Opdrachten Hoofdstuk 3 Vormkeuzen

Antwoorden Hoofdstuk 3 Vormkeuzen