Inleiding

In de vorige drie delen is uitgebreid ingegaan op het formuleren van zakelijke teksten. Er werden vaardigheden aangeleerd om de inhoud (de boodschap) zo correct, samenhangend en aantrekkelijk mogelijk over te brengen. Anders gezegd: de verpakking van de boodschap stond centraal.

Vanzelfsprekend staat of valt de kwaliteit van een tekst niet alleen bij de formulering, maar zeker ook bij de inhoud die wordt overgebracht. Niemand staat te wachten op een fraaie buitenkant zonder inhoud. Vandaar dat in dit deel aandacht wordt besteed aan een aantal belangrijke inhoudelijke aspecten.
Argumenteren neemt in het dagelijks leven een belangrijke plaats in. Bewust of onbewust trekken mensen regelmatig conclusies door diverse gegevens te combineren. Wie denkfouten
maakt bij het argumenteren, kan daar zelf hinder van ondervinden, of anderen nadeel berokkenen. Een eenvoudig voorbeeld kan dit toelichten.

● Stel dat er een zedenmisdrijf is gepleegd door een (naar schatting) 30-jarige blanke man van ongeveer twee meter, en dat dit signalement door het slachtoffer aan de politie is doorgegeven. In dit geval zou de recherche een ernstige denkfout maken wanneer zij elke man met dat signalement zou aanhouden. Gelukkig zal de gemiddelde rechercheur logischer redeneren.

In dit deel zal eerst uitvoerig stil worden gestaan bij de kwaliteit van  argumentaties. De nadruk ligt daarbij op het leren hanteren van  logicaregels.
Daarna staat het maken van definities centraal. Soms is het nodig een begrip te definiëren om te voorkomen dat iemand je niet of verkeerd begrijpt. Goed definiëren verhoogt de duidelijkheid (en dus de doelmatigheid) van de communicatie. Het is daarbij belangrijk de richtlijnen voor het opstellen van definities te kunnen toepassen.
De laatste vraag die in dit deel wordt behandeld, is waarop je moet letten bij het maken van onderverdelingen. Vertaald in vaktermen: wat zijn de richtlijnen voor het categoriseren en classificeren? Inzicht in de eisen die aan onderverdelingen worden gesteld, komt je zeker van pas bij het maken van een bouwplan voor een tekst (vergelijk hoofdstuk 7).
Zo kun je in een vroegtijdig stadium zien of je op de goede weg bent. Een consequente uitwerking van een verkeerd bouwplan zal immers altijd leiden tot een onvoldoende eindproduct.